Maandelijks archief: april 2017

Aansluiten straatkolken op drain

In het laatste kwartaal van het vorig jaar is het asfalt van de Herinricht Witteweg vervangen door een klinker bestrating. Voor een straat waar maximaal 30 km gereden mag worden was het asfalt nog prima en had nog best jaren kunnen liggen. De straatkolken werden afgekoppeld van het riool. Op zich een positieve zaak. Daartoe groef de aannemer grote, diepe gaten naast de weg die hij na 5 weken weer dicht gegooide.

Begin deze week maakte de aannemer bij iedere straatkolk weer hetzelfde grote diepe gat als vorig jaar. Vandaag worden de drains, lengte 6 meter, geplaatst om het hemelwater te kunnen infiltreren. De aannemer die de drains vanmorgen kwam plaatsen verbaasde zich dat de straat reeds helemaal opnieuw bestraat was. Normaal doet de aannemer dit werk wanneer de straat nog open ligt.

Verticale drain voor straatkolk

Bewoners vragen zich af waarom niet gelijktijdig met de vervanging van de straatkolken de drains zijn geplaatst. Het voelt aan het geldverspilling. Daarbij geeft het opnieuw veel overlast.

Ongetwijfeld zal het werk zijn aanbesteed. Deze extra kosten komen dan ten laste van de aannemer. Kennelijk zat er zoveel financiële ruimte in de offerte dat het uit kan om op deze wijze het werk uit te voeren. Echter de gemeente vergeet dat het bij de inwoners overkomt als geldsmijterij door de overheid.

Vragen

  1. Kan het college omschrijven waarom in twee fasen de werkzaamheden uitgevoerd worden?
  2. Kan het college zich voorstellen dat de inwoners zich afvragen waarom de gemeente op deze wijze geld door de straatkolk naar 6 meter onder het maaiveld laat weg stromen?

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 11 april 2017

Antwoord 1:

Het gaat om het laten infiltreren van het hemelwater in de bodem in plaats van het te transporteren van (schoon) hemelwater via gemalen naar de zuivering. Het afkoppelen van het hemelwater van de riolering is een speerpunt van de gemeente Ede.

Om bovenstaande te realiseren in de Heinrich Witteweg is gekozen voor verticale diepte infiltratie in de bodem. Hiervoor worden de straatkolken vervangen en een gat geboord in de bodem. Dit zijn twee verschillende expertises en wordt uitgevoerd door twee verschillende aannemers. Om twee aannemers tegelijk de werkzaamheden uit te laten voeren is niet wenselijk. Er is door de aannemer (opdrachtnemer) een afweging gemaakt en gekozen voor deze wijze van uitvoering.

De opmerking die geplaatst wordt in de vraag over het feit dat de aannemer een gat graaft en deze vijf weken later weer dicht gooit is ook te verklaren.

Vooruitlopend op het uitvoeren van diepte infiltratie boringen worden ontvangst gaten gegraven. Zo ook in dit geval. Bij het graven van de ontvangstgaten wordt gekeken naar locatie van de kabels en leidingen en de bodemgesteldheid. Naar aanleiding van de ingewonnen informatie en de ervaringen die reeds zijn opgedaan uit de ambtelijke evaluatie van de werkzaamheden in de Weerkruislaan is geadviseerd om de berekening voor diepte infiltratie voor de Heinrich Witteweg te optimaliseren. Omdat de resultaten uit de optimalisatie langer duurde is uit veiligheidsoverwegingen gekozen om deze ontvangstgaten weer dicht te gooien. Na optimalisatie van de berekeningen is het werk alsnog uitgevoerd.

 

Antwoord 2:

Het college is zich ervan bewust dat voor bewoners de wijze waarop de uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte plaatsvinden niet altijd efficiënt voor de burger kan overkomen. Door het afkoppelen van het hemelwater vindt juist een reductie van beheerskosten plaats.

 

 

 

 

 

Datalek Ede

De VVD Ede vindt dat het te lang duurde voordat de getroffen inwoners een bericht over de datalek ontvingen. Zeker na de reactie van de VVD Ede op de vertrouwelijke memo van het college van 22 juli waarin de VVD Ede vroeg om het lopende onderzoek zo snel als mogelijk af te ronden. De VVD Ede vroeg expliciet aandacht voor de getroffen inwoners omdat het college daaraan in het schrijven van 22 juli nauwelijks aandacht bestede.

De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp -> http://bit.ly/2aWjSOQ) omschrijft helder en laat in stromingsdiagrammen goed zien waartoe de gemeente Ede gehouden is. De wet geeft aan dat de gemeente een melding moet doen aan de betrokkenen als het datalek ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. De melding door de gemeente stelt de betrokkenen in staat om alert te zijn op mogelijke gevolgen van het datalek en zich daar waar mogelijk tegen te wapenen. De gemeente moet de datalek onverwijld melden aan de betrokkenen (artikel 34, tweede lid, Wpb). Het lijkt erop dat de gemeente niet voldaan heeft aan zijn wettelijk verplichting.

Verder valt op dat logbestanden voor een bepaalde periode van 5 dagen zoek zijn waardoor het niet duidelijk is of er sprake is van een datalek. Dat is wel raar en opvallend. Data van voor die tijd en na die tijd zijn kennelijk wel beschikbaar.

Een attente inwoner schreef – zie bijlage:

‘Het kan niet zo zijn dat er delen van het logbestand verdwenen zijn *zonder* menselijk ingrijpen. Dit kan twee dingen betekenen: –

 

  1. De hacker heeft zijn  sporen weten te wissen (meestal wordt dan het hele logbestand/ alle logbestanden gewist) – Waarom extra inspanning leveren om precies een periode te wissen met het risico dat je iets over het hoofd ziet ? Makkelijker en veiliger is om gelijk alles weg te gooien.
  2. Gemeente Ede heeft ingegrepen. Of er is weer eens gelogen en komen de vijf dagen toch voor in het logbestand. Mag ik de bestanden inzien; alle log bestanden ? Ik zou wel eens een second opinion willen uitvoeren.’

In de brief aan de getroffen inwoners verwijst U naar een link die niet werkt -> https://www.politie.nl/themas/identiteitsfraude Bijzondere aandacht vroeg de VVD Ede om duidelijkheid te verschaffen over welke risico’s die getroffen inwoners lopen en hoe deze risico’s zijn te minimaliseren. In uw brief gaat U daar in het geheel niet op in. U maakt er zich gemakkelijk vanaf door een link te sturen naar een site van de rijksoverheid. Het gevoel dat opkomt is: de getroffen inwoner zoekt het maar uit.

 

Meldplcht datalek

Vragen

  1. Heeft het college zich aan alle verplichtingen zoals die in de wet zijn omschreven en helder uiteen worden gezet in ‘Meldplicht datalekken’ gehouden?
  2. Graag per verplichtingen omschrijven hoe de gemeente daarmee is omgegaan?
  3. Heeft het college volgens de wet gehandeld door de datalek onverwijld te melden bij de betrokken inwoners?
  4. Kan het college hierover ook schriftelijk de mening vragen aan de Autoriteit Persoonsgegevens?
  5. Kan er sprake zijn dat iemand de data bewust heeft verwijderd waardoor sporen zijn gewist?
  6. Is dit onderzocht?
  7. Zo niet, kan dit alsnog uitgezocht worden?
  8. Is het college bereid om een second opinion te laten uitvoeren?
  9. Is gemeente Ede een instantie waar burgers met vertrouwen gegevens aan kan toevertrouwen?

 

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 23 augustus 2016

Ad 1

Het college heeft zich gehouden aan alle verplichtingen, zoals die in de wet zijn omschreven en uiteengezet in “Meldplicht datalekken”. Na constatering van het toen nog potentiele datalek, is deze conform de regeling, binnen 72 uur gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Daarnaast is intensief contact geweest met het NCSC (Nationaal Cyber Security Centrum) en de IBD (Informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten), onderdeel van VNG. Na overleg met de IBD heeft de gemeente opdracht gegeven voor een onderzoek door een forensisch bureau [1]), om zo inzicht te krijgen in de hack en de impact hiervan voor organisatie en betrokkenen. Alle stappen zijn in overleg met of op advies van het IBD gezet. Na oplevering van het definitieve rapport was de impact bekend en zijn betrokkenen geïnformeerd [2].

Ad 2

Zie ook ad 1, waarin, de twee belangrijkste verplichtingen ook worden genoemd:

  • Melding (potentieel) datalek binnen 72 uur.

In overleg met verantwoordelijk wethouder, burgemeester en betrokken ambtenaren is het datalek binnen 72 uur gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

  • Informeren betrokkenen.

Zie ook ad 3.

Op het moment dat het mogelijk en verantwoord was zijn betrokkenen geïnformeerd. Afhankelijk van de mogelijk gelekte informatie en bekende gegevens van betrokkenen is hiervoor mail- en / of postadres gebruikt.

Ad 3

Het college heeft volgens de wet gehandeld door deze te melden aan betrokkenen. De melding heeft, ook op advies van het IBD, zo snel als mogelijk was, plaatsgevonden op het moment dat:

  • Er aan betrokkenen een dusdanige duidelijkheid kon worden gegeven, dat het informeren niet tot meer, in plaats van minder onduidelijkheid en onrust zou kunnen leiden;
  • Het tijdrovende werk om logbestanden, welke contractueel niet meer aanwezig behoefden te zijn, alsnog te reconstrueren op niets bleek uit te lopen (zie ook beantwoording ad 5.).
  • Het forensisch onderzoek had uitgewezen dat er mogelijk sprake was van een datalek waarbij persoonsgegevens waren betrokken en de analyse tevens had uitgewezen of dit lek mogelijk de persoonlijke levenssfeer van burgers zou kunnen treffen;
  • De door burgers op de website, middels een informatieformulier, achtergelaten gegevens leesbaar gemaakt en geanalyseerd waren;
  • De bij deze info-formulieren behorende juiste email adressen en / of postadressen waren samengesteld;
  • De Raad vertrouwelijk was geïnformeerd.

Ad 4

Voor zover bekend is de Autoriteit Persoonsgegevens een college dat niet (pro-actief) informeert en adviseert. Het AP beoordeelt achteraf.

De IBD is wel een instantie die gemeenten adviseert, etc. Met de IBD is dan ook intensief contact onderhouden.

Ad 5

Met dit incident is duidelijk geworden dat de afspraak met de website-hosting-partij over bewaartermijnen van de verschillende (typen) logbestanden, niet toereikend is. Het contract en de dienstverlening van de hosting partij zijn hier nu onmiddellijk op aangepast, met als gevolg dat de verschillende logbestanden voortaan minimaal zes maanden worden bewaard.

 

Alle backups en logbestanden van de website werden uiterlijk na 6 weken verwijderd [3]). Omdat het datalek na 7 weken is ontdekt, waren dus ook de logbestanden van de 5 dagen waarin de hack heeft kunnen plaatsvinden, niet meer aanwezig. In de teksten is helaas onterecht het beeld ontstaan dat juist de logbestanden over deze cruciale periode van 5 dagen ontbreken waarin de hack heeft kunnen plaatsvinden.

Ad 6

Zie ook antwoord op vorige vraag. Het forensisch onderzoek heeft hiervoor geen concrete aanwijzingen gevonden.

Ad 7

Zie ook vorige antwoord. Het forensisch bureau heeft moeite gedaan dit uit te zoeken, maar is tot de conclusie gekomen dat dit onmogelijk is.

Ad 8

Het college van B en W ziet drie opties voor een second opinion:

  • Het in het verleden genomen adequate beveiligingsmaatregelen en procedures rond de website Ede;
  • De wijze waarop de ontdekking van het datalek is afgehandeld;
  • Een nieuw forensisch onderzoek door een andere organisatie.

Het college acht alle drie niet noodzakelijk. Immers het huidige forensisch onderzoek is mede op advies van de IBD door een bij hen bekend en erkend bureau uitgevoerd. Het college is bereid, indien de Raad dat wenst, de behoefte tot aanvullend onderzoek door een ter zake bekwaam en onafhankelijk bureau te bespreken in de raadsklankbordgroep ICT [4]).

Ten aanzien van het derde punt is het college echter van mening dat dit niet zinvol is gezien de verlopen tijd tussen de hack en nu en het ontbreken van sommige logbestanden.

Ad 9

De gemeente Ede voldoet aan de eisen die worden gesteld aan het zorgvuldig omgaan met gevoelige informatie. De gemeente Ede is als een van de eerste gemeenten in Nederland die op 1-10-2015 een privacy officer en een privacy jurist heeft benoemd en daarnaast een beleidsmedewerker Informatiebeveiliging en een ICT-technisch specialist informatiebeveiliging hebben aangesteld. Daarnaast gaat de gemeente alert en pro-actief om met de per 1 januari 2016 in werking getreden Wet datalek. Contracten met toeleveranciers worden onder de loep genomen, procedures worden aangescherpt, het aantal toeleveranciers wordt beperkt, etc.

Daarnaast worden zowel voor management als voor alle medewerkers awareness sessies gehouden over zowel informatiebeveiliging, alsmede privacy. Hierdoor wordt getracht zowel te voorkomen dat Ede opnieuw doelwit wordt van hacking, phishing, etc. Tevens wordt aandacht besteed aan de privacy aspecten van informatieverwerking. en aan de bewustwording en de werkwijzen van (functioneel) applicatiebeheerders in relatie tot deze aspecten. Door al deze maatregelen en acties wordt het eenvoudiger ook de informatiebeveiligings- en privacy aspecten van informatieverwerking (door derden) eenvoudiger te monitoren en alerter te reageren.

De gemeente Ede heeft zich “geabonneerd” op informatieverstrekking van IBD, antivirussoftware leveranciers, etc. waardoor bij gesignaleerde bedreigingen zeer snel actie kan worden ondernomen. 

Brief aan klant

[1] ) Het IBD heeft 5 verschillende bureaus geadviseerd. Het door Ede in de arm genomen bureau was het bureau dat in staat was als snelste deze opdracht uit te voeren en een advies uit te brengen. Voor de toekomst zal worden beoordeeld of een niet meer structurele en langdurige relatie kan worden aangegaan met een dergelijk bureau.

[2] ) Zie hiervoor het memo van college aan de raad d.d. 9 augustus 2016

[3] ) Meestal betekent het verwijderen van een bestand, het verwijderen van de verwijzing naar dit bestand, maar kan het betreffende bestand (of delen daarvan) nog wel fysiek op het backupmedium aanwezig zijn, indien niet (gedeeltelijk) overschreven door nieuwe bestanden. Met die mogelijkheid is getracht de fysieke logbestanden alsnog op te sporen op het medium en wellicht (fragmentarisch) te herstellen. Dit is niet gelukt maar heeft wel veel tijd gekost.

[4] ) De eerstvolgende bespreking van de raadsklankbordgroep ICT is op maandag 12 september 2016.

Leegstaande winkelpanden en verhuur als winkel, woonruimte of anders

‘Eigenaar voormalige Christine le Duc Ede in conflict over wonen in pand’ kopte de Gelderlander in de digitale krant van zondag -> http://bit.ly/2b0pUCL.

voormalig pand van Christine le Duc Ede

Het bewuste pand staat al maanden te huur. Een leegstaand pand ziet eruit als een rotte kies in een winkelgebied. Het maakt bijvoorbeeld de Grotestraat als winkelstraat minder aantrekkelijk voor consumenten. De leegstand geeft aan dat de retailmarkt niet geïnteresseerd is op dit moment in het huren van het pand. Dat kan vele oorzaken hebben zoals de te verhuren ruimte te klein, de locatie niet aantrekkelijk genoeg, de huur te hoog of er zijn gewoon betere alternatieven om te huren.

Meer dan 10 winkels staan te huur in de Grotestraat. Dit ondanks dat de Grotestraat het kernwinkelgebied van ons centrum is of beter gezegd zou moeten zijn. Ook in de straten die rond de Grotestraat liggen staan veel winkelpanden leeg. Binnenkort komt daar MS mode bij. Op advies van het college wees de raad een voorstel van de VVD Ede af tot het verlenen van een krediet van
€ 1,5 mln om de openbare ruimte van de Grotestraat een aantrekkelijker uitstraling te geven. Het college legde de prioriteit bij de reconstructie van de Markt. De VVD Ede gaf eerder aan dat alleen herinrichten van de openbare ruimte van de Markt lang niet genoeg is voor het verlevendigen van het centrum.

Ruimte verhuren als woonruimte brengt minder op per m2 dan als winkelruimte. De VVD Ede vindt het een creatieve oplossing van een verhuurder om een pand voor bepaalde tijd als woonruimte te verhuren. De ondernemer is slim genoeg om indien de markt weer aantrekt de ruimte opnieuw aan te bieden als winkel.

Voor de komende jaren heeft het centrum van Ede veel te veel m2 winkelvloeroppervlak. Meerdere keren benadrukte wethouder Weijland dat de groei naar een kernwinkelgebied in Ede centrum vele jaren gaat duren. Gezien de grote overcapaciteit lijkt dat logisch. De VVD Ede wil graag een reactie van het college op het meer algemene probleem van leegstand van winkels en de mogelijkheden van alternatieve bestemming.

Vragen

  • Waarom staat het college eigenaren van winkelpanden niet toe om voor een bepaalde tijd een winkel een woonbestemming te geven?
  • Is een bewoond pand voor het centrum niet aantrekkelijker dan een leegstaand pand?
  • Deelt het college de mening van de VVD Ede dat een leegstaand winkelpand alleen maar bijdraagt aan verloedering van een winkelstraat?
  • Maakt het college onderscheid tussen het kernwinkelgebied en de rest van het centrum?
  • Ziet het college andere mogelijkheden om leegstaande winkelpanden een nieuwe functie te geven zodat de verloedering niet verder doorzet?

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 6 september 2016

Ad 1

In de periode van september 2015 tot juni 2016 hebben de gemeente en de betrokkenen in Ede Centrum samen gewerkt aan een lange termijn visie en ontwikkelingsplan voor Ede Centrum. In de analyse die ten grondslag ligt aan de visie wordt inderdaad vastgesteld dat er een overmaat aan detailhandelsoppervlakte bestaat in Ede Centrum. Dit is deels te wijten aan de overmatige bouw van nieuw winkelvastgoed in de jaren 90 en 0 en deels aan recente ontwikkelingen in de detailhandel, waardoor er minder vraag is naar winkelvastgoed. Ede Centrum is te groot (en vooral te lang) geworden. Door de zeer ruime bestemming “centrumfuncties” is bovendien in het gehele gebied detailhandel in de plinten toegestaan. Daardoor is er in Ede Centrum relatief veel leegstand van winkelvastgoed en is de leegstand verspreid over het gehele centrumgebied.

Een van de belangrijkste doelen van het college is om deze leegstand met een mix van maatregelen aan te pakken. In willekeurige volgorde zijn dat:

  • Het opdelen van het centrum in diverse sfeergebieden, waarbij elk gebied zijn eigen functionele invulling, beleving en sfeer krijgt. Centraal in het centrum komt het kern(winkel)gebied. In dit gebied moet zoveel mogelijk de detailhandel worden geconcentreerd. Een mix van commerciële, culturele en maatschappelijke functies in de plinten moet – samen met een aantrekkelijk ingericht openbaar gebied – zorgen voor een aantrekkelijk verblijfsklimaat voor bezoekers en vestigingsklimaat voor winkels.
  • Het aantrekken van nieuwe functies en winkels, waarop o.a. wordt gefocust op het versterken van lokaal ondernemerschap.
  • Buiten het kernwinkelgebied leegstaande plinten opvullen met een diversiteit aan functies, waaronder wonen. Waar mogelijk zal worden getracht om in deze gebieden de mogelijkheid om detailhandel te vestigen op te heffen.

Het college wil dus wel degelijk in bepaalde delen van Ede Centrum eigenaren toestaan om tijdelijk of permanent winkels een woonbestemming te geven. Dat geldt echter niet voor het winkelpand gelegen aan de Grotestraat 89. Dit pand ligt in het toekomstige kernwinkelgebied. Het college is van mening dat in de plinten van de panden in dit gebied geen woonbestemming kan worden toegestaan.

Ad 2

Een bewoond pand is aantrekkelijker dan een leeg pand. Echter een invulling met wonen in de plint van een pand in het kernwinkelgebied is zeker ook niet aantrekkelijk. Bewoners zullen hun privacy willen waarborgen door gesloten functies aan het openbare gebied te leggen of – als dat niet mogelijk is – de ramen op ooghoogte af te plakken. Het meest aantrekkelijk is om op deze plekken een openbaar toegankelijke functie, zoals een winkel, te leggen.

Ad 3

Het college deelt deze mening niet geheel. Teveel leegstand draagt zeker bij aan verloedering. Het college vindt echter dat met de nieuw ontwikkelde visie een adequate aanpak is geformuleerd voor bestrijding van de leegstand. Er zal geen sprake zal zijn van (verdere) verloedering in Ede Centrum.

Ad 4

Inderdaad. Zie antwoord bij vraag 1. Toegevoegd kan nog worden dat de aanpak met opdeling in sfeergebieden leidt tot heroriëntatie bij ondernemers en pandeigenaren. Ondernemers zullen sneller geneigd zijn zich in het kernwinkelgebied te vestigen en pandeigenaren van panden buiten het kernwinkelgebied zullen eerder nadenken om panden of locaties met andere functies dan winkels in te vullen. Beide effecten zijn daadwerkelijk reeds concreet aan de orde.

Ad 5

Zie voor antwoord ook deels vraag 1. Voorbeelden van initiatieven waarbij de gemeente Ede is betrokken voor invulling / oplossing van leegstand zijn:

  • Onderzoek verplaatsing Cultura naar Achterdoelen en herbestemming van Cultura locatie voor hotel / congrescentrum.
  • Straatje van de Smaak in de Doelenstraat.
  • Herbestemming van 2 locaties buiten kernwinkelgebied tot woningbouwlocaties.

Tenslotte willen wij nog het volgende opmerken:

  • De betreffende ruimte aan de Grotestraat 89 is recent verhuurd voor een winkelfunctie. Dit bewijst dat de locatie wel degelijk aantrekkelijk genoeg is om een winkelfunctie te vestigen. Een aantal maanden leegstand van een pand na huuropzegging is gebruikelijk (en altijd al gebruikelijk geweest).
  • De betreffende eigenaar heeft, ondanks uitnodigingen voor de verdiepingssessies, het niet nodig gevonden om mee te praten over de lange termijn visie voor Ede Centrum.
  • In de afgelopen 18 maanden hebben zich in Ede Centrum 28 nieuwe ondernemingen gevestigd. Sinds februari 2016, toen na het vertrek V&D en de opening van de nieuwe winkels aan het Bunschoterplein de leegstand in Ede Centrum op zijn toppunt was, is de leegstand hierdoor afgenomen. In de komende maanden zullen zich nog eens ca. 10 nieuwe ondernemers in Ede Centrum gaan vestigen. Zoals het er nu naar uitziet (mogelijk aankomende faillissementen daar gelaten) zal als gevolg daarvan per 1 oktober 2016 het gehele A1 gebied (Grotestraat van Torenstraat tot aan Bevrijdingsplein) verhuurd zijn en gevuld met winkels.
  • Het zal de komende jaren nog regelmatig gaan voorkomen dat panden leegkomen, doordat particuliere ondernemers hun activiteiten beëindigen of omdat ketens failliet gaan. Het college acht het van belang dat, ondanks dat er zeker nog zulke tegenvallers aan gaan komen, we met elkaar geloven in de kracht van ons centrum en de potentie om de leegstand naar een “normaal niveau” terug te brengen. Voorwaarde hiervoor is dat we gezamenlijk positieve energie investeren en positief communiceren over Ede Centrum.

Bennekom, augustus 2016