Maandelijks archief: januari 2017

Wijkregisseur Veldhuizen

Afscheid De wijkregisseur Veldhuizen neemt afscheid van de gemeente Ede en gaat in dienst bij de ODDV. Een opvolger voor de wijkregisseur is nog niet voorgesteld aan bewoners van Veldhuizen. Dat is opvallend want al maanden weten velen binnen het gemeentelijk apparaat van de carrière stap die de wijkregisseur wil maken.

Inwerken Door deze aanpak is van echt inwerken en kennis overdragen van de vertrekkende wijkregisseur naar zijn opvolger geen sprake. De inwoners van Veldhuizen vinden opnieuw dat het college geen interesse toont voor de problematiek Veldhuizen. Anders had het college het op een andere wijze georganiseerd.

Praktijk De VVD Ede heeft enige tijd geleden in de wandelgangen deze problematiek bij het college neergelegd. De reactie van een lid van het college was: terecht punt, inderdaad het mag niet gebeuren dat deze wijkregisseur vertrekt voordat de opvolger is ingewerkt. Het verbaasde de VVD Ede om van de inwoners te horen hoe het nu in de praktijk van alledag gaat. Zeker met in het achterhoofd de problemen die dit jaar speelden in Veldhuizen. Heeft het college zitten slapen, was het college te druk met het besteden van de € 3 mln of is door het vertrek van wethouder Eleveld dit aan de aandacht ontsnapt van het college?

Vertrouwen Het vertrouwen van de inwoners in haar bestuur dienen wij te koesteren. De opvolging van de wijkregisseur is voor de volle 100% in handen van dit college. VVD Ede is van mening dat als gedurende een zekere periode de functie van wijkregisseur in Veldhuizen niet is ingevuld, dit niet goed is voor de wijk Veldhuizen. Als zich dan narigheid voor doet in de wijk Veldhuizen, komt dit volledig voor de verantwoordelijkheid van het college.

Vragen

  1. De VVD Ede vindt dat de Veldhuizen geen dag zonder goed ingewerkte en ingevoerde wijkregisseur mag zitten. Dit mede in het licht van alles was de laatste 12 maanden allemaal in de wijk speelde. Deelt het college de mening van de VVD Ede?
  2. Wat gaat het college concreet doen om de continuïteit van het werk van de wijkregisseur te borgen?

 

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 24 januari 2017

Ad 1. en Ad.2

Het College van Burgemeester en Wethouders vindt het belangrijk dat het wijkteams in de gemeente Ede, waaronder ook het wijkteam in Veldhuizen en Kernhem, goed bemenst is.

Half november 2016 heeft de voormalige gebiedsmanager Veldhuizen en Kernhem zijn ontslag aangekondigd. Met de gebiedsmanager en de huidige werkgever hebben wij in goed overleg een ruime opzegtermijn kunnen afspreken zodat de gebiedsmanager nog in functie was tijdens de jaarwisseling. De gebiedsmanager is per 15 januari 2017 uit dienst gegaan. Zodra bekend was dat de gebiedsmanager ontslag nam is de werving en selectie nog in dezelfde week opgestart. Om deze procedure te versnellen is besloten de vacature gelijktijdig in- en extern open te stellen. Om een goede kandidaat te vinden is de vacature breed verspreid in diverse (sociale) media en in het netwerk van de wijkwerkers.

We hebben de doorlooptijden in het proces zo kort mogelijk gehouden, waarin we enigszins beperkt werden door de kerstperiode. We hebben kennisgemaakt met acht potentiele kandidaten. Bij deze sollicitatieprocedure zijn, naast gebiedsmanagers en de coordinator van het sociaal team ook het wijkteamlid van Malkander, de wijkbeheerder en een actieve inwoner uit de wijk Veldhuizen betrokken.

Inmiddels is mevrouw Rafza Husseinali benoemd als gebiedsmanager Veldhuizen en Kernhem. Zij start op 1 maart 2017. In de tussenperiode zijn wijkteam en sociaal team als vanouds actief en zichtbaar in de wijk. Zij zijn sterk aanwezig in het gebied en in het netwerk. De gebiedsmanager Ede-Zuid en Bennekom fungeert als vervanger voor het gebied Veldhuizen/Kernhem in nauwe samenwerking met de leden van het wijkteam. De huidige gebiedsmanager heeft een uitgebreid overdrachtsdocument opgesteld. In samenwerking met het wijkteam wordt een uitgebreid inwerkprogramma georganiseerd voor mevrouw Husseinali.

 

 

 

 

Publicatie in Gelderlander

Vos de Wael stapt na onenigheid uit fractie VVD in Ede, maar blijft partijlid

EDE – Raadslid Alexander Vos de Wael is uit de VVD-fractie gestapt. Vos de Wael stapt naar eigen zeggen op vanwege onenigheid over bepaalde normen en waarden. Die onenigheid zou bestaan tussen Vos de Wael en fractievoorzitter Evert van Milligen.

„Voor mij staan bepaalde afspraken die we maken. Die worden op een andere manier geïnterpreteerd. Ik kan daar niet mee leven”, zegt Vos de Wael. Hierdoor is volgens het raadslid niet langer een werkzame relatie mogelijk.

Vertrouwenscommissie
Volgens een reactie van de VVD gaat het enkel om onenigheid over de vertrouwenscommissie die wordt aangesteld rond de benoeming van een nieuwe burgemeester. Hierin zou de VVD Hester Veltman willen benoemen en niet Vos de Wael, die vice-fractievoorzitter is. Fractievoorzitter Evert van Milligen van de VVD zegt het vertrek van het raadslid te betreuren. „We zijn het politiek volstrekt met elkaar eens. Het draait alleen om dit voorval. Dat is jammer.”

Energie
Vos de Wael wil over de precieze reden niet uitweiden. „We hebben eerst gepoogd er uit te komen. Maar dat is niet gelukt. Ik wil hier ook niet te veel energie aan wijden. Ik blijf me inzetten voor de Edese burger. Misschien nog wel meer.”

Actief
Vos de Wael toonde zich de afgelopen tijd een zeer actief raadslid. De Bennekommer stelde vrijwel wekelijks raadsvragen over tal van onderwerpen. Hij gaat als eenmansfractie verder. De Bennekommer blijft wel lid van de VVD.  Om die reden wil hij zijn raadszetel ook niet opgeven. „Ik ben gekozen als VVD-er en ben dat nog steeds.”

Bron gelderlander 23-1-2017 Albert Heller

Het verlaten van de VVD-fractie

Vandaag heb ik na lang overleg, en met pijn in mijn hart, de VVD-fractie in Ede verlaten. Ik ga verder als raadslid en fractievoorzitter van de fractie “Alexander Vos de Wael“.

Als vice-fractievoorzitter verschil ik fundamenteel van mening met de fractie-voorzitter over bepaalde normen en waarden waardoor niet langer een werkzame relatie mogelijk is.

Ik behoud mijn VVD lidmaatschap, en blijf in hart en nieren liberaal.

Ik blijf mij onverkort inzetten voor de belangen van de inwoners van Ede en de buitendorpen.

Storing levering gas

Water en zand Ruim 1.300 inwoners en een aantal bedrijven in de Maandereng zaten dagen in de kou als gevolg van water en zand in de leidingen. Tot nu toe is het gissen hoe het water en zand er in kwam. Voor dergelijke calamiteiten is een regionaal draaiboek beschikbaar. Onder leiding van de burgemeester schaalde de hulpdiensten snel op. De calamiteit is adequaat aangepakt en opgelost.

Transparant Gemeente en Liander communiceerden open en transparant met de inwoners. De inwoners konden elders douchen en zo gewenst ook elders overnachten. De bewoners namen het sportief op en de samenhorigheid was groot. Alleen maar lof voor de inwoners, voor het crisisteam en voor alle betrokkenen bij de uitvoering zeker degenen die dagen in weer en wind werkten om de gastoevoer te herstellen.

Maaiveld Onder het maaiveld in Ede ligt meer dan 3.000 km gas-, elektriciteits- en waterleiding. De water- en gasleidingen liggen dicht naast elkaar. Netbeheerders blijven spitten in de ondergrond vanwege de aanleg van het warmtenet, glasvezel in buitengebied en vervanging van electriciteits-, gas- en waterleiding en riolering.

Kennis Het onderhouds- en vervangingsbeleid van de ondergrondse infrastructuur verschilt per netbeheerder. Gemeenten laten dit helemaal aan hen over. Gemeenten hebben weinig kennis over het beheer van ondergrondse infrastructuur. De gemeenten zijn geen echte lastige opdrachtgevers en zeker geen kritische tegenspeler van de netwerkbeheerders. Inzicht over de kwaliteit van de verschillende netten in de ondergrond ontbreekt bij de gemeenten. De beleidsmatige consequenties van de overschakeling van gas- naar warmtenetten zijn groot maar voor gemeenten een blinde vlek.

Continuïteit Inwoners en bedrijven eisen een ongestoorde levering van alle nutsvoorzieningen. Calamiteit als Maandereng kan een keer maar moet zich niet herhalen. Kennis opbouwen over ondergrondse infrastructuur is mogelijk een taak voor de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Meer kennis hierover zal het risico op een calamiteit verminderen. De kans daarop is klein maar de effecten zijn keer op keer groot. De elektriciteitsstoring in Amsterdam is daar een voorbeeld van.

Maatschappelijk belang Het verminderen van de risico’s en het vergroten van de leveringszekerheid is maatschappelijk belang.

Vragen

  • Wil het college de raad op de hoogte brengen van de oorzaak van de recente gaststoring in Maandereng?
  • Deelt het college de mening van de VVD Ede dat expertise over de ondergrondse infrastructuur bij de gemeente noodzakelijk is om goed tegenspel te kunnen geven aan de netbeheerders?
  • Deelt het college de mening van de VVD Ede dat de VNG, als koepel organisatie van gemeenten, deze kennis mede dient op te bouwen?

 

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 februari 2017

Ad 1.   Uit onderzoek is gebleken de zwarte rook van 19 oktober jl. is veroorzaakt door een menselijke fout in de opstartprocedure. Bio-Energie de Vallei heeft haar interne protocollen aangescherpt om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen. Er is gebleken dat er geen sprake is geweest van brand of enig gevaar voor de omgeving, dit is ook bevestigd door de brandweer ter plaatse. De warmtelevering is ten tijde van de ontruiming gewoon gecontinueerd; het systeem van de bio-energie installatie draaide volledig automatisch door op stand-alone basis.

Ad 2.   Het automatische groene warmtenet heeft gefunctioneerd, waarbij het onderdeel de gas back-up wel degelijk in werking is getreden op 06-01 jl. Voor het overgrote deel van het warmtenet hebben de back-up systemen ervoor gezorgd, dat de warmtelevering werd gecontinueerd. Voor het gedeelte van het warmtenet ter hoogte van Kernhem dat getroffen werd door de luchtbel, werkten de back-ups niet. Dit komt doordat een luchtbel de opwarming van het warmtenetnet (plaatselijk) heeft gehinderd; hier verandert geen enkele warmteback-up iets aan. Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen, dat geen enkele nutsvoorziening een 100% leveringsgarantie kan bieden.

Ad 3.   Zie ad 2.

Ad 4.   Het nut is om meerdere duurzame warmtebronnen aan te sluiten (in plaats van fossiele) als invoedpunten in het Edese groene warmtenet. Warmte-invoedpunten zijn dus extra locaties in het groene warmtenet, naast de beide Edese installaties, via welke warmte ingevoed kan worden. Een aantal warmte-invoedpunten is 06-01 jl ingeschakeld en een aantal niet. Voor het gedeelte van het warmtenet ter hoogte van Kernhem, dat getroffen werd door de luchtbel, werkten de invoedpunten niet. Dit komt doordat een luchtbel de opwarming van het net (plaatselijk) verhinderde.

Ad 5.   Het aansluiten van de tijdelijke ketel is een prima oplossing bij langer durende storingen. Het aansluiten van een tijdelijke ketel duurt ca. een dag; naar verwachting langer dan het daadwerkelijke oplossen van de storing. Zodoende heeft Bio-energie De Vallei prioriteit gegeven aan het oplossen van de storing.

Ad 6.          De tijdelijke ketel is uitvoerig getest; hij is zelfs voor langere tijd in gebruik genomen. Niet als back-up, maar in voorbereiding op het in bedrijf nemen van de bio-energie installaties in Ede.

 

 

 

 

 

 

 

Kwartier dienst Valleilijn -> herhaling van vragen die niet zijn beantwoord -> art 169 gemeentewet

Volksvertegenwoordiger

Als raadslid ben je volksvertegenwoordiger, iemand die het ‘volk’ vertegenwoordigt. Als raadslid probeer je een brug te slaan tussen het door het college en raad uitgezette beleid aan de ene kant en de wensen, gevoelens en meningen van het ‘volk’ aan de andere kant. Een brug slaan lukt wanneer het probleem tussen de gemeente en de inwoner helder is. Het helder in beeld krijgen van een probleem kan alleen wanneer voldoende betrouwbare informatie beschikbaar is en door hoor en wederhoor. In bijna alle situaties beschikt het college over de meeste informatie. De wisselwerking tussen het stellen van raadsvragen en een verdiepende beantwoording door het college draagt bij aan het inhoud geven aan de functie van volksvertegenwoordiger.

Artikel 169 GW Het college is wettelijk gehouden om de raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Artikel 169 van de gemeentewet is daar glashelder over. Met het beantwoorden van de raadsvragen over de Valleilijn neemt het college een loopje met de wetgeving. Inhoudelijk een non-antwoord. De vragen worden in geheel niet of slechts ten dele beantwoord. Ten diepste antwoordde het college: je moet niet zeuren; er moet aan regels worden voldaan bij uitbreiding naar kwartierdienst en daar zullen wij op toezien … De strekking van het antwoord is: er is bestemmingsplanmatig ruimte voor dubbelspoor, dus ligt er niets in de weg als er geld is.

Iedere vraag beantwoorden Het college maakt het voor een volksvertegenwoordiger onmogelijk om zijn taak naar behoren in te vullen. Het kan zijn dat de college niet over de informatie beschikt of dat de informatie (nog) geheim is. Het college dient dat per vraag gemotiveerd aan te geven.

Opnieuw De VVD Ede stelt de vragen opnieuw met in de verwachting dat het college zich aan de wet gaat houden door het geven van inhoudelijk goed onderbouwde antwoorden.

Vragen

  • De provincie Gelderland, Prorail en Connexxion baseren hun mening op een aantal rapporten. Wil het college deze openbare rapporten per omgaande ter kennisname brengen van de raad?
  • Wil het college voor het vervoer tussen het station Ede-Wageningen en Barneveld met harde informatie over passagiersstromen per dag (voor alle dagen in de week) en per uur de noodzaak voor een kwartier dienst onderbouwen? Zo neen, waarom niet?
  • Hoe ziet de prognose van het passagiersaanbod voor de komende 10 jaar eruit? Op welke uitgangspunten en verwachtingen is deze prognose gebaseerd?
  • Wil het college, uitgaande van de huidige regeling, onderzoeken wat de mogelijkheden en consequenties zijn om tijdens het spitsuur op de Valleilijn dubbeldekkers of aanvullend (bus)vervoer in te zetten?
  • De capaciteit van de voor het einde van dit jaar af te leveren nieuwe treinstellen is aanzienlijk groter dan die van de huidige treinen. Hoe veel groter is deze nieuwe capaciteit ten opzichte van de huidige treinstellen?
  • In welk jaar is volgens de prognose de capaciteit van de lijn geheel gebruikt? Op welke momenten van de dag is dat dan?
  • De interne discussie over de kwartierdienst voor de Valleilijn liep al tijdens de ontwerpfase van het station Ede-Wageningen. Een verdubbeling van het spoor tussen de spoorwegovergangen Nieuwe Stationstraat en Telefoonweg heeft grote gevolgen voor de leefomgeving van de inwoners wonende langs het spoor op grondgebied van Ede en voor de doorstroming van het verkeer. Meer in het belang van Ede is om het spoor te verdubbelen tussen station Ede-Wageningen en Lunteren. Waarom is het college niet opgekomen voor de Edese belangen?                                              
  • Het is nog steeds mogelijk om de lijn tussen station Ede-Wageningen en Lunteren over de totale lengte te verdubbelen. De voordelen daarvan voor de leefbaarheid en doorstroming van het verkeer zijn evident. Wil het college dit alternatief verder uitwerken en met de raad bespreken.
  • Het besluit om de frequentie op de Valleilijn te verhogen is een bevoegdheid van de provincie Gelderland, de concessieverlener van het betreffende openbaar vervoer. Van belang is om de bestuurlijke verantwoordelijkheden van Gedeputeerde en Provinciale Staten en het college en raad van Ede bij het begin van dit proces, op alle aspecten die daarbij in afweging behoeven, helder in beeld te brengen. Kan het college een overzicht geven van alle onderzoeken en vergunningen die nodig zijn voordat met de daadwerkelijke uitvoering van de kwartierdienst kan worden begonnen?
  • Wil het college de bestuurlijke besluitvormingsprocessen bij de provincie en de gemeente in beeld brengen aan aangeven hoe deze volgordelijk ten opzichte van elkaar staan?
  • Is de overgang naar een kwartier dienst, het verkrijgen / verstekken van de noodzakelijke vergunningen en de daaruit voortvloeiende aanpassingen aan het spoor en de woonomgeving een bevoegdheid van het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland, het college van Ede of van de raad?
  • Gunt het college de raad om haar rol als kader stellend orgaan te kunnen invullen door het laten vaststellen van uitgangspunten en randvoorwaarden waaraan een verdubbeling van het aantal treinen per uur op de Valleilijn minimaal moeten voldoen?
  • De N224 heeft bij de spoorwegovergang van de Valleilijn slechts twee rijstroken. Kan het college aangeven wat de consequenties zijn van filevorming op dit gedeelte van de N224 bij 8 keer per uur sluiting van de spoorwegovergang? Vindt het college dit acceptabel en zo ja waarom?
  • Welke voorwaarden staan opgenomen in het bestemmingsplan Ede-centrum die van toepassing kunnen zijn op de verdubbeling van het spoor en / of het aanleggen van een passeerspoor ter hoogte van station Ede-centrum?
  • Tijdens de discussie over de motie van D66 d.d. 12 november 2015 heeft de wethouder mondeling toegezegd de spoorwegovergangen op de lijn Utrecht – Arnhem mee te nemen in het onderzoek. Dus alle spoorwegovergangen op grondgebied van Ede. Vandaar opnieuw de vraag om de risico’s van de spoorwegovergangen op de lijn Arnhem – Utrecht in beeld in beeld te brengen?

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 11 april 2017.

Voor de antwoorden op de huidige vragen 2, 4, 7, 9 en 11 t/m 14 wordt verwezen naar de vorige beantwoording van het college. De antwoorden op nieuwe vragen staan hieronder. Vanwege afstemming met de Provincie Gelderland over de antwoorden, is de antwoordtermijn niet gehaald. Hierover is tussentijds contact met de vragensteller geweest.

Ad 1.

De rapporten zoals het schetsontwerp en de MKBA die in opdracht van de Provincie zijn opgesteld, zijn beschikbaar voor de gemeenteraad van Ede. Deze liggen ter inzage in de raadsleeskamer.

Ad 3+6.          

De provincie Gelderland laat dit jaar een nieuw Standaardlijn onderzoek uitvoeren naar in/uitstappers op de Valleilijn (en herkomst/bestemming). Daarmee kan de provincie weer prognoses maken van reizigersaantallen in de toekomst. Eerdere onderzoeken van KIM (Kennis Instituut Mobiliteit) tonen aan dat reizigersgroei op de Valleilijn nog steeds stijgend is (mede door de nieuwe stations Hoevelaken en Barneveld-Zuid en de uitleg van woonwijken zoals bij Barneveld-Zuid).

Ad 5.  

Door koppeling van treinen komen er per rit 150 zitplaatsen en 165 staplaatsen bij. Echter door de omloop van treinen kunnen niet alle relevante drukke spitsritten worden voorzien van gekoppelde treinstellen.

Ad 8.  

Als de provincie zicht heeft op financiering van de voorgestane variant start zij een planstudie waarvan de kosten worden geraamd om bijna € 1 miljoen. Een verdubbeling van het spoor tussen Ede-Wageningen en Lunteren is niet nodig voor een kwartierdienst. Het college vindt een onderzoek naar dat tracé dan ook niet nodig. Ook de provincie is niet voornemens om hiervoor middelen beschikbaar te stellen.

Ad 10.

Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben op 28 februari 2017 besloten een planstudie te starten voor de kwartierdienst op de gehele Valleilijn. Met de resultaten van de planstudie verwacht de provincie in het voorjaar van 2018 een besluit aan Provinciale Staten te kunnen vragen over de realisatie van een kwartierdienst.

De planstudie moet de consequenties en effecten van een kwartierdienst in beeld brengen. Dit gaat dan onder meer om geluid, trillingen, dichtligtijden, effecten op overwegen en maatregelen die moeten worden getroffen. In dit proces wordt nauw samengewerkt met de gemeente Ede. Ook belanghebbende organisaties en verenigingen worden betrokken. De eerste deelnemers hebben zich hiervoor al gemeld en de provincie heeft aangegeven hen bij het proces te betrekken.

Ook de gemeente Ede moet besluiten nemen. Bijvoorbeeld om noodzakelijke maatregelen bij Ede-Centrum, en wellicht elders, mogelijk te maken. Maar ook over bestemmingsplanprocedures. De besluiten die Ede moet nemen, worden duidelijk zodra de Planstudie gereed is.

Ad 15.

Voor een aantal overwegen op het traject Arnhem-Utrecht is reeds met het Ministerie van I en M en ProRail gesproken over een nadere aanpak hiervan, in het kader van de introductie van PHS op dit traject vanaf 2022. Aan ProRail zal het verzoek gedaan worden de gemeenteraad van Ede hierover op een gepaste wijze te informeren. Op dit moment zijn bij ons geen rapporten bekend over de risico’s van de spoorwegovergangen op de lijn Utrecht-Arnhem in het kader van Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS).

 

 Raadsvragen en beantwoording college

Raadsvragen 161205 Antwoord college -> 2016-82_vr-antw_aangepast 5-12-2016_VVD_VosdeWael_Kwartier dienst Valleilijn_inwonersparticipatie en leefbaarheid

Raadsvragen 170121 2017-06_vr+antw_VVD_VosdeWael_Kwartier dienst Valleilijn – art 169 Gemeentewet – V4

Kernhem Ede warmtenet

 Donderdag en vrijdag 5 en 6 januari 2017 zaten ruimt 3.000 inwoners in Kernhem en het zwembad de Peppel zonder verwarming en warm tapwater. Die nacht vroor het meer dan 10 graden in Ede. Over de continuïteit van de warmtelevering vanuit de Bio-energiecentrale aan de Dwarsweg stelde de VVD in oktober 2016 vragen aan de wethouder. De antwoorden waren zeer geruststellend. In de praktijk pakte het anders uit. Vandaar opnieuw vragen hierover aan het college.

Woensdag 19 oktober kwam er zwarte rook uit de schoorsteen van de Bio-energiecentrale. De te hulp gesnelde brandweer heeft de centrale voor een korte tijd ontruimd ->http://bit.ly/2dCi3dP. Dit voorval was aanleiding om aan wethouder Meijer schriftelijk te vragen hoe de woningen van warmte blijven voorzien bij een ernstige calamiteit, bijvoorbeeld brand in de centrale.

In antwoord daarop schrijft de adviseur klimaatbeleid het volgende:

‘Dit incident heeft vragen opgeroepen over de zekerheid van warmtelevering in het geval van uitval, hetgeen hier niet aan de orde was. In het geval van uitval, treedt een systeem in werking van volledig geautomatiseerde back-ups die stand-by staan in het groene warmtenet van Ede. Op het warmtenet zijn hiertoe een aantal warmte-invoedpunten aangesloten. Bij uitbreiding van het warmtenet worden nog meer van deze warmtepunten aangesloten; zij kunnen, indien nodig, als back-up voor elkaar fungeren. Hiermee is de warmtelevering in Ede gegarandeerd.”’

‘Bio-energie de Vallei doet momenteel onderzoek naar de oorzaak van de hoeveelheid zwarte rook.’

En de bestuursadviseur van wethouder Meijer:

‘Het groene warmtenet in Ede beschikt over een aantal zorgvuldig gesitueerde warmte-invoedpunten. Dit najaar gaat ook de tweede bio-energie installatie op de Kenniscampus in Ede volledig in werking (‘Bio-Energie Ede’). Deze tweede installatie is over ca. 3 maanden via het groene warmtenet gekoppeld aan de eerste bio-energie installatie aan de Dwarsweg (‘Bio-Energie De Vallei’) en kan zodoende tevens als back-up functioneren. Beide installaties zijn uitgerust met een volledige gasback-up. 

Ook andere warmte-invoedpunten staan dus stand-by, waarmee is de leveringszekerheid voor het groene warmtenet Ede gegarandeerd. Bij calamiteiten treedt het back-upsysteem vrijwel direct in werking, zoals ook door de Warmtewet wordt voorgeschreven. De Warmtewet beschermt consumenten en bedrijven die gebonden zijn aan een lokaal warmtenet; omdat warmte een basisbehoefte is. Dus als een bio-energie installatie niet werkt, wordt deze volledig automatisch vervangen in het groene warmtenet; hier merkt de consument niets van.

Bij extreme omstandigheden

Bio-energiecentrale Dwarsweg EdeBij zeer extreme omstandigheden waarbij zowel ‘Bio-energie installatie De Vallei’ volledig vernietigd wordt, er sprake is van extreme vrieskou (-20) en de koppelleiding tussen beide installaties nog niet gerealiseerd is (over 3 maanden wel het geval), is het mogelijk het groene warmtenet in Ede per direct te voorzien van een tijdelijke ketel; binnen een dag kan een dergelijke tijdelijke voorziening worden geplaatst.

Wanneer er geen sprake is van de genoemde samenloop van extreme omstandigheden, zijn er voldoende warmte-invoedpunten in het warmtenet aanwezig, waarbij de capaciteit van de back-ups voldoende is om de warmtelevering te garanderen.’ 

Ondanks deze geruststellende antwoorden kon het gebeuren dat ruim 2 maanden later 1.300 woningen (meer dan 3.000 inwoners) gedurende bijna een dag verstoken waren van centrale verwarming en warm tapwater.

Vragen

–        Wat was de oorzaak van de zwarte rook uit de schoorsteen van de Bio-energiecentrale op woensdag 19 oktober jl? Wat was de uitkomst van het nadere onderzoek?

–        De Bio-energiecentrale is voorzien van een volledig gasback-up systeem. Waarom is deze niet in werking getreden?

–        Waarom trad het volledig automatische groene warmtenet niet in werking toen de Bio-Energiecentrale faalde?

–        Wat is precies het nut van de warmte-in-voedpunten? Zijn deze daadwerkelijk gebruikt?

–        Is de tijdelijke ketel die kan worden aangesloten op het groene warmtenet aangesloten en in bedrijf gesteld? Zo nee, waarom niet?

–        Is er sinds de opstart van de Bio-energie installatie aan de Dwarsweg één of meerdere dagen proefgedraaid met een tijdelijke ketel? Zo nee, waarom niet?

Dubbelspoor station Ede-Centrum geeft extra overlast in de wijk -> beantwoording college

Inleiding Donderdag 3 november 2016 presenteerde het college, ondersteund door Prorail, Connexxion en de provincie Gelderland, de uitkomsten van het onderzoek ‘Risico beheersing overwegen Valleilijn’[1]. Helder kwam in beeld welke spoorwegovergangen een risico vormen voor de verkeersveiligheid. De risico’s van spoorwegovergangen van de lijn Arnhem – Utrecht waren niet in beeld gebracht. Dit is bij de discussie over de motie van D66 wel toegezegd door de wethouder.

Passeerspoor Ede-centrum Als een duveltje uit een doosje presenteerde het college eveneens de technische mogelijkheden van een kwartier dienst in plaats van een halfuur dienst voor de Valleilijn. Een kwartier dienst zou wenselijk zijn in het licht van de groei van het aantal passagiers. Een onderbouwing voor deze stellingname ontbrak in de presentatie. Prorail en Connexxion brachten voor de provincie zeker 3 alternatieven in beeld. De goedkoopste variant (€ 15 <–> € 25 miljoen) is het verdubbelen van het spoor tussen de spoorwegovergangen van het station Ede-Centrum, het zogenaamde passeerspoor[2]. Technisch en operationeel zijn de problemen met de infrastructuur van het spoor en de treinen aardig in beeld gebracht.

  

Leefbaarheid Geheel niet belicht zijn de effecten op de kwaliteit van de leefomgeving voor de inwoners die langs het spoor wonen en een verdergaande tweedeling van het centrum. Bij het station Ede-Centrum zal door een verdubbeling van het aantal treinen per uur en het gebruik van het passeerspoor met wissels de geluidsintensiteit maar ook geluidsniveau toenemen voor de omwonenden. Mogelijk zelfs tot boven de toegestane grenswaarde. Zeker ook omdat geen ‘stille’ wissels[3] kunnen worden toegepast vanwege de beperkte inbouw lengte (korte bochten). Daar komt bij dat de appartementen, kantoren en winkels (te) dicht tegen het spoor gebouwd zijn. De wanden van de bebouwing functioneren als klankbord waardoor voor de bewoners het woongenot, zeker in de zomer, sterk vermindert. Dit geldt zeker voor het deel van het traject tussen de Brouwerstraat en de Nieuwe Stationsstraat wanneer de wielen snerpen in de scherpe bocht.

Wezenlijk is om de leefbaarheid in de directe omgeving van het spoor en het station Ede-Centrum minimaal op gelijk niveau te houden. Leefbaarheid heeft hier zowel betrekking op de geluidsoverlast en het aantal minuten per uur dat de verschillende spoorwegovergangen gesloten zijn. Acht keer per uur rijden snerpende en krijsende treinen over de korte wissels en door de scherpe bocht tussen de Brouwerstraat en de Nieuwe Stationsstraat. Het rijden van het dubbele aantal treinen per uur zal voor veel bewoners[4] onacceptabel zijn. Verdubbeling van hinder voor het verkeer op de N224 zal vooral de automobilisten treffen.

Provincie Gelderland Provinciale Staten neemt in het voorjaar 2017 een besluit over de verdubbeling van het spoor en het daarbij behorende budget. Daarna werkt Prorail de zaken meer in detail uit. Opnieuw zal dit een meer technische benadering van de problemen rond de kwartier dienst betreffen.

Inwonersparticipatie Het college heeft tot nu toe geen randvoorwaarden geformuleerd waaraan een kwartier dienst moet voldoen wil de gemeente daaraan zijn medewerking verlenen. Gezien de enorme impact voor de direct betrokken bewoners is het niet meer dan logisch om hen in een zo’n vroeg mogelijk stadium van het proces er bij te betrekken. Dat is invulling geven aan burgerparticipatie.

Draagvlak Na overleg met de betrokken bewoners kan de conclusie zijn dat er helemaal geen draagvlak is voor deze ‘goedkope’ variant. Een verdubbeling van het spoor tussen het station Ede-Wageningen en Lunteren ligt dan voor de hand. Ongetwijfeld zal de reactie zijn dat een verdubbeling naar Ede-Wageningen een vertraging oplevert voor de bouw van het nieuwe station. Buiten natuurlijk dat het iets meer kost. Echter het station en de spoorinfrastructuur wordt aangelegd voor een periode van 60 jaar of meer. Enige vertraging kan daarmee nooit de reden zijn om te kiezen voor een oplossing waar dag in dag uit, 365 dagen per jaar, bewoners geluidsoverlast ondervinden van het passeren en van het piepen en snerpen van de treinen.

Kaderstelling door Raad De VVD Ede is van mening dat nog voordat Provinciale Staten een besluit neemt over het beschikbare budget voor de uitbreiding van halfuur naar kwartier dienst het college met de bewoners en met de raad heldere uitgangspunten / randvoorwaarden moet vaststellen waaraan de intensivering van het gebruik van de Valleilijn minimaal moet voldoen. Daarmee geeft het college inhoud aan hetgeen in het convenant van de 5 college ondersteunende partijen staat over burgerparticipatie.

Station Ede-Centrum

Vragen

    1. Is het college bereid om begin volgend jaar met de betrokken bewoners en een vertegenwoordiging van de ondernemers in discussie te gaan over de 3 door de provincie en Prorail ontwikkelde alternatieven, de uitgangspunten van de gemeente Ede, de mogelijkheden en de consequenties voor de leefomgeving van de uitbreiding van de halfuur dienst naar kwartier dienst voor de Valleilijn?
    2. Deelt het college de mening van de VVD Ede dat het nu betrekken van de inwoners echte inwonersparticipatie is? Zo neen, waarom niet?
    3. Komen de betrokken inwoners en bedrijven langs het spoor in aanmerking voor planschade vergoeding? Zo neen, waarom niet?
    4. De provincie Gelderland en Prorail baseren hun mening op een aantal rapporten. Wil het college deze rapporten nog voor het einde van het jaar ter kennisname brengen van de raad en de inwoners? Zo neen, waarom niet?
    5. Wil het college voor het vervoer tussen het station Ede-Wageningen en Barneveld[5] met harde informatie over passagiersstromen per dag (voor alle dagen in de week) en per uur de noodzaak voor een kwartier dienst onderbouwen?
    6. Wil het college, uitgaande van de huidige regeling, onderzoeken wat de mogelijkheden en consequenties zijn om tijdens het spitsuur op de Valleilijn aanvullend (bus)vervoer in te zetten?
    7. De interne discussie over de kwartierdienst voor de Valleilijn liep al tijdens de ontwerpfase van het station Ede-Wageningen. Waarom heeft het college in het overleg met Prorail (en andere bij het ontwerp van het station Ede-Wageningen betrokken partners) zich niet hard gemaakt voor een verdubbeling van het spoor van de Valleilijn beginnend bij het station Ede-Wageningen?
    8. Het besluit om de frequentie op de Valleilijn te verhogen is een bevoegdheid van de provincie Gelderland, de concessieverlener van het betreffende openbaar vervoer. Van belang is om de bestuurlijke verantwoordelijkheden van Gedeputeerde en Provinciale Staten en het college van Ede en van de raad bij het begin van dit proces, op alle aspecten die daarbij in afweging behoeven, helder in beeld te brengen. Kan het college een overzicht geven van alle onderzoeken en vergunningen die nodig zijn voordat met de daadwerkelijke uitvoering van de kwartierdienst kan worden begonnen?
    9. Is de overgang naar een kwartier dienst, het verkrijgen / verstekken van de noodzakelijke vergunningen en de daaruit voortvloeiende aanpassingen aan het spoor en de woonomgeving een bevoegdheid van het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland, het college van Ede of van de raad?
    10. Voor zover dit een bevoegdheid is van het Edese college wordt de raad in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen in te dienen? Kan het college op voorhand aangeven wat met de door de raad aangenomen wensen en bedenkingen door het college zal worden gedaan?
    11. Gunt het college de raad om haar rol als kader stellend orgaan te kunnen invullen door het laten vaststellen van uitgangspunten en randvoorwaarden waaraan een verdubbeling van het aantal treinen per uur op de Valleilijn minimaal moeten voldoen?
    12. De N224 heeft bij de spoorwegovergang van de Valleilijn slechts twee rijstroken. Kan het college aangeven wat de consequenties zijn van filevorming op dit gedeelte van de N224 bij 8 keer per uur sluiting van de spoorwegovergang? Vindt het college dit acceptabel en zo ja waarom?
    13. Welke voorwaarden staan opgenomen in het bestemmingsplan Ede-centrum die van toepassing kunnen zijn op de verdubbeling van het spoor en / of het aanleggen van een passeerspoor ter hoogte van station Ede-centrum?
    14. Welke beschikkingen zijn in het verleden door de provincie Gelderland afgegeven voor de (hogere) grenswaarden spoorweglawaai?
    15. Op dit moment zijn de risico’s van de spoorwegovergangen op de lijn Arnhem – Utrecht niet in beeld gebracht. Kiest het college hier bewust voor? Zo ja, graag toelichting.
    16. Is het beschikbare budget van de provincie van € 15 miljoen toereikend? (vraag komt uit het Presidium-overleg)

 

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 3 januari 2017

Integrale beantwoording vragen 1 t/m 6, 8 t/m 11 en 16.

Het invoeren van een kwartierdienst op de Valleilijn is een bevoegdheid van de concessieverlener: de provincie Gelderland. De provincie Gelderland is voornemens om in de eerste helft van 2017 een voorstel voor financiering van regionale spoorprojecten aan Provinciale Staten (PS) voor te leggen, waaronder de kwartierdienst Valleilijn. Op dit moment heeft de provincie geen specifiek budget voor de kwartierdienst Valleilijn. Wanneer er zicht is op financiering, start de provincie een planstudie (geraamde kosten bijna € 1 miljoen). Onderdeel van de planstudie is dat de consequenties voor de omgeving inzichtelijk wordt gemaakt en dat daarover in overleg wordt getreden met de inwoners en belanghebbenden, waaronder de gemeente Ede.

Het college van Ede gaat met inwoners en belanghebbenden in overleg zodra de planstudie gereed is en deze consequenties in beeld zijn. Afhankelijk hiervan neemt het college van B&W in de toekomst besluiten op het terrein van verkeer en ruimtelijke ordening. Vanzelfsprekend gelden daarbij de (wettelijke) procedures voor besluitvorming door de gemeenteraad en inspraak van bewoners.

De provincie heeft aangegeven graag, voordat het verzoek om middelen aan PS formeel wordt gedaan, de gemeenteraad van Ede hierover te informeren tijdens een raadsbijeenkomst. Bij deze discussie kunnen ook de reeds beschikbare onderzoeksrapporten betrokken worden, omdat deze allen openbaar zijn.

Ad 12. Deze consequenties worden meegenomen in de provinciale planstudie.

Ad 13. Ter plaatse van de ligging van het huidige spoor, geldt de bestemming ‘verkeer – railverkeer’. Binnen deze bestemming mag (ook) een dubbelspoor of een passeerspoor worden aangelegd. Aangezien de bestemming is ingetekend op basis van het huidige spoortracé (breedte ter hoogte van het station Ede-Centrum is bijvoorbeeld slechts 8,7 meter, inclusief perron), is het waarschijnlijk dat een bestemmingsplanwijziging nodig is.

Ad 14. Voor alle woningen waarvoor na de inwerkingtreding van de Wet geluidhinder in 1987 een bouwvergunning is verleend en die gelegen zijn binnen de geluidszone van de spoorlijn (breedte 100 meter) en waarvan uit akoestisch onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting hoger is dan de wettelijke voorkeurswaarde (55 decibel) zijn in het verleden hogere waarden vastgesteld. Tot 2007 lag de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere waarden bij de provincie. Vanaf 2007 ligt deze bij het college van burgemeester en wethouders.

Ad 15. Het college heeft invulling gegeven aan de motie van D66 d.d. 12 november 2015 waarin werd verzocht om een risicoanalyse te maken voor alle overwegen op de Gelderse Valleilijn op het grondgebied van Ede.

 

 

 

 

[1] Zie bijlage: Valleilijn -> ieder kwartier trein naar Amersfoort

[2] Dit ontwerp was in december 2012 gereed en toont de inpassing van een extra perron en de bijbehorende wissels.

[3] In het voorlopig ontwerp zijn 1:9 wissels opgenomen. Het 1:9-wissel is een wissel met scherpe boog (195 m). Dit wissel mag maximaal met 40 km/h bereden worden. 1:9-wissels komen veel voor op stationsemplacementen. Deze wissels kunnen niet zonder krijsen en piepen worden gereden ook niet bij 40 km/uur.

[4] Appartementen aan de Nieuwe Stationsstraat, de Halte, en Marktstraat en de woningen aan de Telefooonweg gelegen langs het spoor en in het bijzonder die dicht gelegen zijn bij de twee spoorwegovergangen.

[5] De passagiersstromen tussen Ede-Wageningen en Barneveld zijn de basis en niet tussen Ede-Wageningen en Amersfoort aangezien deze stromen op deel trajecten kwantitatief sterk van elkaar kunnen verschillen.

Terugblik en vooruitblik op Oud en Nieuw viering in Ede

Jaarwisseling Oud en Nieuw 2017 verliep, in vergelijking met die van 2016, rustig in Ede. Alle complimenten voor diegenen die bij de voorbereiding en de uitvoering hierbij betrokken waren. Het laat zien dat de viering van Oud en Nieuw, op enkele kleinere incidenten na, rustig kan verlopen in Ede.

Extern onderzoek Veldhuizen Het college heeft vorig jaar veel tijd genomen om de problematiek Veldhuizen in beeld te krijgen. Externen inventariseerden op ambtelijk niveau alle incidenten. Dezelfde externen zijn nu bezig om met de inwoners en organisaties werkzaam in Veldhuizen de problematiek verder in beeld te brengen. De aanbevelingen die hieruit voortkomen deelt het college in april met de raad. De VVD Ede adviseert het college om de reflectie op de viering van Oud en Nieuw 2017 te betrekken in dit onderzoek. Oud en Nieuw 2017 laat zien dat echt investeren in tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie in Veldhuizen loont.

Jongeren Dit jaar namen veel jongeren uit Veldhuizen deel aan de zaalvoetbal in de Peppel. Voor de komende Oud en Nieuw viering zou daar mogelijk een game toernooi aan toegevoegd kunnen worden en dan niet alleen voor de jongeren uit Veldhuizen maar voor alle Edese jongeren.

Lerende organisatie De VVD Ede is erg geïnteresseerd in wat voor Oud en Nieuw 2017 anders is aangepakt, opgezet en georganiseerd dan voor 2016. Dit om er veel van te leren. In het bijzonder voor de viering van Oud en Nieuw 2018.

Hulpverleners Bijkomend onderwerp is het geweld tegen hulpverleners dat afgelopen jaarwisseling in ons land juist is toegenomen[1]. Voor de VVD is dit ontoelaatbaar. De VVD Ede wil graag weten of ook in Ede sprake is geweest van geweld (intimiderend gedrag, fysiek en verbaal geweld) tegen hulpverleners. Korpschef Akerboom van de Nationale Politie uitte vandaag de wens dat men elkaar moet aanspreken, in de huiskamer en op straat.

Vragen

  • Welke lessen zijn begin vorig jaar getrokken uit de Oud en Nieuw 2016 viering?
  • Op welke punten leidde dit tot een bijstelling van de aanpak, opzet en organisatie van Oud en Nieuw 2017?
  • Wat was er voor Oud en Nieuw 2017 echt anders opgezet en welke activiteiten zijn toegevoegd ten opzichte van Oud en Nieuw 2016?
  • Wat ging er bij de viering van Oud en Nieuw 2017 heel erg goed mogelijk zelfs veel beter dan verondersteld?
  • Wat ging er minder of moet helemaal niet meer opgepakt worden voor Oud en Nieuw 2018?
  • Was in Ede sprake van geweld (intimiderend gedrag, fysiek geweld, verbaal geweld) tegen hulpverleners? Zo ja, waar, welke wijk(en), waren de veroorzakers inwoners van onze gemeente? En zo ja: welke proactieve maatregelen zou het college kunnen treffen om bij te dragen aan het reduceren van dit probleem? Of zo nee: welke proactieve maatregelen kan het college treffen om te voorkomen dat dit in de toekomst het geval zal zijn?

 

Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 februari

Ad 1.  
Er is veel tijd gestoken in een goede voorbereiding. Evenals vorige jaren heeft een werkgroep, bestaande uit politie, brandweer, ODDV en de gemeentelijke afdelingen toezicht, beheer en veiligheid, een draaiboek opgesteld waarin de onderlinge samenwerking en actiepunten zijn vastgelegd. Hierbij is gebruik gemaakt van de kennis uit de wijkteams en contacten met bewoners. Hierbij heeft de aanpak in de wijk Veldhuizen extra aandacht gekregen.

Ad 2.
De aanpak van de verschillende professionals was vrijwel gelijk aan de aanpak in vorige jaren. Ten aanzien van de wijk Veldhuizen was dit jaar sprake van een groot zaalvoetbaltoernooi en een feest in gebouw De Kei, met medewerking van Samenstede. Ook de buurtvaders zijn hierbij prominent ingezet.

Ad 3.
De onder 2 gememoreerde activiteiten zijn goed verlopen en hebben zeer waarschijnlijk bijgedragen aan een rustige jaarwisseling. Voor het overige is de jaarwisseling bijzonder rustig verlopen in de gehele gemeente Ede.

Ad 4.
De onderlinge samenwerking tussen de (professioneel) betrokken personen verliep zeer goed. Met name het betrekken van de jeugd en Samenstede bij het zaalvoetbaltoernooi en de festiviteiten in De Kei heeft een groot draagvlak onder de jeugd opgeleverd.

Ad 5.
Er zijn (behoudens detailpunten) geen wijzigingen ten aanzien van de huidige aanpak nodig.

Ad 6.
Voor zover bekend is sprake geweest van een verbale belediging van een toezichthouder in de wijk Veldhuizen. De dader is aangehouden. In de voorbereiding van de jaarwisseling is elk jaar een vergadering met de politie, overige hulpdiensten en gemeente, waarin ruim aandacht wordt geschonken aan de strategie en aanpak van geweld tegen hulpverleners.

 

[1] http://bit.ly/2iBJIPj -> Politiechef Akerboom: elkaar aanspreken op gedrag | NOS – 2 januari 2017